Een onecht kind van Hans Dorrestijn (…) Net als Dorrestijn weet ook Bleeker treurigheden zeer geestig aan te kleden.
Robin begon zo veelbelovend.
Op zijn zestiende werd Robin Bleeker de jongste finalist ooit van het Amsterdams Kleinkunst Festival. Een bliksemcarrière bleef uit. De liedjes niet. Terwijl leeftijdsgenoten bleven blokken, stopte Robin vroegtijdig met school. Niet omdat hij niet wilde leren, maar omdat hij ontdekte dat hij dat het liefst op zijn eigen manier deed. Op zijn zolderkamer hielden Drs. P, Ivo de Wijs, Kees Torn en Jules de Corte hem gezelschap. Ze leerden hem schrijven, dichten en kleinkunst maken. Jarenlang bleef hij schrijven, spelen en schaven.
Steeds vaker begonnen anderen dat ook te zien. Robin werd stadsdichter van Deventer, publiceerde de dichtbundel Wat zo veelbelovend begon, won de Deventer Cultuurprijs en stond op podia als LichteGedichtenDag, Andermans Veren en literaire avonden door het hele land. Collega’s en voorbeelden werden vakgenoten. Kees Torn schreef het voorwoord van zijn bundel. Theaterkrant plaatste Robin in de traditie van de grote taalkunstenaars.
Daar hoort Robin zeker thuis. Niet omdat hij ooit veelbelovend was, maar omdat hij nog steeds schrijft.